FAQ

1. Wat houd een Soc.test en het brevet in?

De test sociaal gedrag en de brevetproef zijn officiële testen van de Koninklijke Kynologische Unie Sint Hubertus (KKUSH). Beide testen wordt afgenomen door keurders erkend door deze KKUSH.Uw hond dient te slagen in de test sociaal gedrag om te kunnen deelnemen aan het gehoorzaamheidsbrevet.


Bij de test sociaal gedrag wordt nagegaan of uw hond geen agressie vertoont naar mensen en andere honden.

Dit wordt getest aan de hand van enkele eenvoudige oefeningen waarbij uw hond in contact komt met andere personen en andere honden.

Ook wordt tijdens deze test nagegaan of uw hond zich normaal gedraagt in het verkeer.

Er worden op straat enkele oefeningen uitgevoerd waarbij uw hond een wandelaar, een jogger, een fietser en een auto dient te passeren.

Er wordt enkel gekeken naar het sociaal gedrag van uw hond en niet naar de graad van gehoorzaamheid.VOORWAARDEN

Om deel te nemen aan de test sociaal gedrag moet uw hond minimum 9 maand zijn en een tatoeage of chipnummer hebben.

Om deel te nemen aan het brevet moet je hond minimaal 12 maand zijn.

Zowel honden met stamboom als zonder stamboom kunnen deelnemen.

De test sociaal gedrag en de brevetproef kunnen niet op eenzelfde dag worden afgelegd.

Een hond die niet slaagt in de test sociaal gedrag mag na 4 maand aan een tweede keer deelnemen.Officiële proeven sociaal gedrag en brevet worden doorheen het jaar op verschillende clubs ingericht.

Data en adressen vindt u terug in de sportkalender.

Eén keer per jaar, in FEBRUARI, organiseren wij ook zo'n officiële test sociaal gedrag en brevet.

Inschrijven voor de testen op onze club kan via onderstaande knop.

Het inschrijvingsgeld bedraagt €12.

Loopse teven kunnen deelnemen in de laatste groep op voorwaarde dat die uitsluitend uit teven bestaat.

De minimum leeftijd voor de geleider is 12 jaar.


Om in te schrijven voor een test op een andere club kan u een mail sturen naar het wedstrijdsecretariaat van desbetreffende club (zie sportkalender) of kan u kijken of ook zij een inschrijvingslink hebben op hun site.

2. Wat moet een hond kunnen bij de soc.test?

1. Op een verkeersvrije plaats.

Laten betasten van de hond.

De hond moet zijn tatoeage of ingeplante chip laten controleren. (Geleider mag de hond vast houden). Niet geregistreerde honden en honden zonder leesbare tatouage of chip zijn van de test uitgesloten.

Wandeling aan de leiband. (Leiband min. 1m lang)

- Een weg van ten minste 25m lang met een linkse en een rechtse hoek, wordt afgelegd waarna men

door een groep van ten minste zes bewegende, pratende personen slalomt en stopt in het

centrum van deze groep.(oppervl. 25m²)

Gedrag zonder aanwezigheid van geleider.

De hond wordt door de geleider vastgelegd met een aangepaste (rekbare) leiband van 3m lengte en op

een normale manier achtergelaten, dit kan zittend, liggend of staande. De geleider gaat uit het zicht

van de hond gedurende 2 minuten. Gedurende deze periode wordt de hond voorbij gelopen (op een

afstand van 5m te rekenen vanaf het verankeringpunt van de lijn) (maw 2m buiten het bereik van de

3m lange lijn), door 2 personen zonder hond en daarna door 2 personen met honden.

Deze oefening dient individueel te worden uitgevoerd door iedere deelnemer.

2. Op straat en/of voetpad met een normaal verkeer. (mensen en voertuigen).

De Geleider wandelt met de hond aan de leiband. (leiband min 1m lang)

Deze oefeningen worden in groep uitgevoerd, (groep = max. 12 personen met hond)

De groep wordt twee maal gekruist door : ( 2 maal met tegemoetkomend verkeer)

- Minimum twee personen zonder hond.

- Een jogger op een afstand van 1m.

- Een fietser op een afstand van 1.5m.

- Een auto die aan een snelheid van 40km/u rijdt op een afstand van 3m.

Tot slot zal de groep in twee worden gesplitst waarna de twee groepen elkaar twee maal, hond aan hond kruisen.

3. Wat moet de hond kunnen bij het brevet?

Om het brevet te bekomen, moet de hond tenminste 50% behalen op elke oefening en 70% op het totaal van de te behalen punten. De hond die dus een onvoldoende heeft voor een oefening of 10 punten (of meer) verliest op "algemene houding", kan onmogelijk het brevet behalen. Max. 2 mislukte oefeningen mogen éénmaal overgedaan worden maar, indien de herkansing lukt, wordt slechts de helft van de punten toegekend. Er kan slechts herkanst worden zolang er kans op slagen is.

Volgen aan de leiband : 15 PUNTEN

Alle geleiders staan in 1 rij met telkens 3 m tussenafstand. Er worden steeds 7 slalompunten voorzien. Een geleider vertrekt aan een kegel, ter hoogte van de eerste geleider, en gaat, in normale pas, op ongeveer 1 m voorlangs de rij wachtende geleiders tot aan het einde, terugdraaien en vervolgens slalommen tussen de rij wachtende geleiders en teruggaan naar de plaats van vertrek, waar de oefening dient afgewerkt te worden met een 'voet'.

Volgen in vrijheid : 15 PUNTEN

De leiband en halsband dienen hierbij verwijderd en volledig weggeborgen te worden, niet zichtbaar voor de hond.

Tijdens de oefening zal de geleider de armen normaal, vrij en natuurlijk bewegen.

De geleider dient in een rechte lijn (heen en terug) en aan een normaal tempo een weg af te leggen van 2 x 20m.

Onderweg zal hij een 'tegenganger' kruisen met hond op 2m afstand, zonder van zij van route (rechte weg) af te wijken. Het omkeren wordt uitgevoerd naar keuze van de geleider. De oefening wordt afgewerkt met de hond 'aan de voet'.

Terugsturen naar plaats : 15 PUNTEN

Hond en geleider nemen plaats op 10m van een vooraf aangeduide plaats.

Deze plaats is in het midden van een vierkant (3 meter), afgebakend door 4 kegels.

De geleider gaat met de hond aangelijnd, naar deze plaats. Daar wordt de hond

afgelijnd en de leiband wordt op de grond gelegd. De plaats van de hond is op of naast de leiband. Alvorens de houding 'af' te bevelen mag de geleider de hond op een behoorlijke wijze duidelijk maken dat dit zijn plaats betreft (ook het leggen van de lijn gebeurd voor het bevel). De geleider gaat terug naar het vertrekpunt en roept de hond op in 'zit voor' en aan de 'voet'. Vervolgens wordt de hond teruggestuurd naar de plaats. Bij het terugzenden mag er gelijktijdig een bevel gegeven worden met de stem en een teken met de arm. Voor het aannemen van de 'lig' houding is er één bevel toegelaten. Wanneer de hond bij het terugsturen binnen de denkbeeldige zijlijnen van het vierkant ligt is er geen aftrek van punten. De hond moet binnen de 5 seconden liggen. Er worden 5 punten toegekend voor het oproepen (in zit voor en voet) en 10 punten voor het terugsturen. Er wordt steeds gewerkt op teken van de keurmeester. De hond krijgt 20 seconden om terug naar zijn plaats te gaan.

Down/Af, blijven liggen) : 10 PUNTEN

De hond moet op teken van de keurmeester en op bevel van de geleider, binnen de 5 sec. gaan liggen en moet vervolgens 2 minuten ter plaatse blijven. Na het bevel om te liggen, blijven de geleiders naast hun hond staan tot zij van de keurmeesters het bevel om ca 10m afstand te nemen. De keurder bepaald de plaats .

De geleiders mogen zich daarbij eventueel achterwaarts verwijderen. Tijdens de ganse duur van de oefening moeten de geleiders de hond kunnen zien en moeten ook de honden de geleider kunnen zien. Tijdens de oefening zullen de honden niet afgeleid of verstoord worden.

Oproepen : 15 PUNTEN

De geleider gaat met de hond in vrijheid, op een vooraf bepaalde plaats, aangeduid door de keurmeesters vóór het begin van de oefening. Hier aangekomen wacht de geleider op een teken van de keurmeester en geeft dan het bevel voor de houding (begin van de oefening). Deze houding is door de geleider vrij te kiezen doch moet duidelijk verschillend zijn van de houding waarin de hond werd gebracht bij aankomst op de plaats en tijdens het wachten. Wanneer de hond deze 'starthouding' heeft aangenomen begeeft de geleider zich (op teken van de keurmeester), naar een door de keurmeesters aangeduide plaats.

Onderweg naar de aangeduide plaats mag de geleider omkijken (eventueel ook achterwaarts stappen) naar de hond, en bijbevelen geven om deze te doen blijven (5 gratis bijbevelen).

Op het teken van de keurmeester roept de geleider de hond in zit voor (1 bevel), vervolgens (weer op een teken van de keurmeester) roept de geleider de hond aan de voet.

Op 3 meter van de plaats waar de hond wordt achtergelaten zullen de keurmeesters een duidelijke markering plaatsen. Indien de hond vooruit komt tot voorbij dit merkteken vooraleer de geleider zijn plaats is aangekomen, zal deze de hond moeten herplaatsen. Dit herplaatsen is niet meer toegelaten bij de

herkansing. De afstand tussen de aangeduide plaats voor de hond en de aangeduide plaats voor de geleider is in een rechte lijn ca 30 m. Op dit traject zullen geen hindernissen of obstakels voorkomen. Bij de oefening is het tempo de voornaamste factor. Tempo kan echter variëren volgens het temperament van het ras. Hiermee houdt de keurmeesters rekening. Niettegenstaande kunnen honden die niet rechtstreeks, te langzaam of ongeïnteresseerd naar de geleider toekomen bestraft worden.

Voorstellen van de hond : 5 PUNTEN

De geleider zal de hond, die aangelijnd is, aan de keurmeesters voorstellen en zal daarbij de tanden en de lippen van de hond tonen. Eén van de keurmeesters zal de hond betasten of hem tenminste met de hand over de rug strijken, terwijl de geleider daarbij de leiband in de hand houdt en het hoofd van de hond mag vasthouden.

Terugbrengen van een voorwerp : 15 PUNTEN

Het voorwerp wordt geworpen, in een open terrein op ± 10 m voor de geleider.

De keurmeesters bepalen de plaats waar het voorwerp ongeveer moet liggen.

De hond bevindt zich naast de geleider in een houding die de geleider zelf bepaalt.

Op teken van de keurmeester zal de geleider de hond het bevel geven tot vertrek. Vanaf het ogenblik dat de hond vertrokken is krijgt de geleider 5 bevelen gratis om de hond aan te moedigen.

De hond moet het voorwerp halen en terugbrengen binnen een vooraf bepaalde tijd. De hond geeft het voorwerp af aan de geleider in 'zit', voor of naast de geleider.

De bedoeling hierbij is om het voorwerp op een rustige manier te kunnen aannemen. Om de houding houding 'zit' te laten aannemen, mag de geleider één bevel geven (gratis) doch slechts wanneer de hond binnen 1 meter is gekomen.

Meerdere bevelen zullen worden bestraft. De hond blijft in deze houding tot het einde van de oefening, t.t.z. tot het voorwerp aan de geleider is afgegeven en op teken van de keurmeester.

Indien de hond het voorwerp laat vallen voor de voeten van de geleider mag deze het voorwerp oprapen zonder zich te verplaatsen en zonder een bevel van de keurmeesters.

De tijd om het voorwerp te halen en bij de geleider te brengen is 30 seconden en begint vanaf het vertrekbevel. De tijd wordt gestopt wanneer de hond in de houding 'zit' is gekomen. Meerdere bijbevelen zullen bestraft worden. Eventueel mag de geleider achteruit gaan om de hond naar zich te lokken doch nooit een stap zetten in de richting van de hond. Indien gewenst mag de geleider ook van houding

veranderen om de hond naar zich te lokken maar dit kan enkel toegestaan worden wanneer de hond op weg is naar het voorwerp, dus niet meer wanneer de hond naar de geleider toekomt.

HOUDINGEN: 10 PUNTEN

De geleider zal, in vrij en open veld, met de hond aan de leiband, naast of voor zich, en op aanwijzingen van de keurmeesters, het bevel geven aan de hond voor het aannemen van de voorlopige houding 'liggen'.

Vervolgens, telkens op teken van de keurmeesters, zal de geleider de hond de houdingen 'zitten', 'staan' en terug 'liggen' doen aannemen. Per houding mogen slechts 2 bijbevelen gegeven worden. Na meer dan de voorziene bevelen per houding wordt de oefening gestopt, echter met behoud van het tot dan toe behaalde aantal punten.